ECLI:NL:RBAMS:2009:BI2607
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijk sepot sluit niet uit voortzetting vervolging en geen einde zaak ex artikel 89 Sv
De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek van een verdachte die schadevergoeding vroeg voor de periode van zijn inverzekeringstelling, terwijl de zaak voorwaardelijk was geseponeerd. De officier van justitie had een kennisgeving van voorwaardelijke niet vervolging gegeven, waarbij de vervolging kan worden hervat als de verdachte binnen een proeftijd van twee jaar een strafbaar feit pleegt.
De rechtbank overwoog dat voor toekenning van schadevergoeding ex artikel 89 Sv Pro de zaak definitief beëindigd moet zijn zonder straf of maatregel, of met een straf voor een feit zonder voorlopige hechtenis. Omdat de proeftijd nog liep, kon niet worden uitgesloten dat de vervolging alsnog zou worden voortgezet. Hierdoor was er geen sprake van een einde van de zaak in de zin van artikel 89 Sv Pro.
De verdediging stelde dat het voorwaardelijk sepot wel als einde zaak moest worden gezien, vergelijkbaar met situaties van nieuwe bezwaren of klachtprocedures, maar de rechtbank verwierp dit. Het verzoek werd daarom prematuur geacht en niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank wees erop dat verzoeker na afloop van de proeftijd binnen drie maanden alsnog een verzoek tot schadevergoeding kan indienen. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.
De uitspraak werd gedaan door mr. D. van den Brink, voorzitter, en mrs. A.H. van Zutphen en S.E. Sijsma, rechters, op 28 april 2009.
Uitkomst: Het verzoek tot schadevergoeding wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de zaak nog niet definitief is beëindigd door het voorwaardelijk sepot.