ECLI:NL:RBAMS:2009:BI2608
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijk sepot vormt geen einde zaak voor schadevergoeding op grond van artikel 89 Sv
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 89 en Pro 591a van het Wetboek van Strafvordering voor vergoeding van schade geleden tijdens inverzekeringstelling. De officier van justitie had de zaak voorwaardelijk geseponeerd, waarbij vervolging kan worden hervat indien verzoeker de voorwaarden overtreedt.
De rechtbank overwoog dat een voorwaardelijk sepot geen einde van de zaak betekent omdat het vervolgingsrecht nog kan herleven gedurende de proeftijd van twee jaar. Hierdoor is het verzoek om schadevergoeding prematuur ingediend, aangezien het einde van de zaak nog niet definitief is.
De rechtbank verwierp het standpunt van verzoekers raadsvrouw dat het voorwaardelijk sepot gelijkgesteld kan worden met situaties van nieuwe bezwaren of klachtprocedures ex artikel 12 Sv Pro, waarin de zaak wel als beëindigd wordt beschouwd.
De rechtbank verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en wees erop dat verzoeker na afloop van de proeftijd binnen drie maanden alsnog een verzoek kan indienen. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding is prematuur en niet-ontvankelijk verklaard omdat het voorwaardelijk sepot geen einde van de zaak betekent.