ECLI:NL:RBAMS:2009:BI6288
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering wegens restschuld effectenlease ondanks beroep op Duisenbergregeling
De zaak betreft een vordering van Varde Investments tegen Afnemer inzake een restschuld uit effectenlease-overeenkomsten met Dexia, rechtsopvolgster van Bank Labouchere. Afnemer had niet tijdig een opt-outverklaring ingediend en is daardoor gebonden aan de WCAM-overeenkomst (Duisenbergregeling), die als vaststellingsovereenkomst geldt voor afwikkeling van dergelijke overeenkomsten.
Afnemer voerde verweer door te stellen dat Dexia haar zorgplicht had geschonden en dat de restschuld op grond van redelijkheid en billijkheid op grond van de coulanceregeling kwijtgescholden moest worden. Dit werd verworpen omdat Afnemer niet tijdig een beroep op de coulanceregeling kenbaar had gemaakt en de regeling niet vernietigbaar is wegens redelijkheid en billijkheid. Tevens werden buitengerechtelijke incassokosten afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat Varde als cessionaris de vordering kon instellen, maar niet in de plaats van Dexia was gekomen in de rechtsverhouding met Afnemer. De hoofdsom werd toegewezen minus een onverklaarde post 'compensatie beëindigingskosten'. De wettelijke rente werd toegewezen over de juiste perioden. Afnemer werd veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente en proceskosten.
Uitkomst: Afnemer wordt veroordeeld tot betaling van de restschuld, wettelijke rente en proceskosten, met afwijzing van overige vorderingen.