ECLI:NL:RBAMS:2009:BI7456
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling reikwijdte feitelijk werkgeverschap in Wet arbeid vreemdelingen bij uitbesteding kernactiviteiten
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of uitgeverijen van kranten als feitelijke werkgevers kunnen worden aangemerkt voor een vreemdeling die als krantenbezorger werkzaam was via een distributiebedrijf. Eisers beschikten niet over een tewerkstellingsvergunning en werden door verweerder als werkgevers aangemerkt en beboet.
De rechtbank analyseert de wetsgeschiedenis van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) en benadrukt dat het begrip werkgever binnen de Wav zowel formeel als feitelijk werkgeverschap omvat. De rechtbank stelt vast dat feitelijk werkgeverschap vooral geldt bij inlening, (onder)aanneming van werk of situaties waarin de vreemdeling als zelfstandig ondernemer optreedt, en dat de werkzaamheden dan direct binnen het bedrijf of als kernactiviteiten van dat bedrijf moeten worden verricht.
In casu zijn de werkzaamheden van de vreemdeling buiten het bedrijf van eisers verricht en betreft het bezorging van kranten, wat niet tot de kernactiviteiten van de uitgeverijen behoort. De distributie is uitbesteed aan PCM, die op haar beurt de bezorging uitbesteedt. De rechtbank concludeert dat eisers daarom niet als feitelijke werkgevers kunnen worden aangemerkt en vernietigt de boetebesluiten wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt dat het werkgeversbegrip in de Wav niet zo ver reikt dat opdrachtgevers van opdrachtnemers automatisch als werkgevers worden gezien, ter voorkoming van onredelijke aansprakelijkheid binnen het Nederlandse zakelijk verkeer.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de boetes omdat eisers niet als feitelijke werkgevers kunnen worden aangemerkt.