ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ0641
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.H. van Zutphen
- H.J. Bunjes
- F.P. Geelhoed
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid en toekenning schadevergoeding na technisch sepot
Verzoeker diende verzoeken in op grond van artikel 591 en Pro 591a van het Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van kosten gemaakt in het kader van een strafrechtelijk onderzoek. De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat verzoeker niet-ontvankelijk was vanwege een afspraak waarbij verzoeker zou afzien van schadevergoedingsverzoeken in ruil voor een technisch sepot. De rechtbank verwierp dit standpunt en oordeelde dat verzoeker in een afhankelijke en kwetsbare positie verkeerde toen hij akkoord ging met het technisch sepot onder deze voorwaarde.
De rechtbank overwoog dat de kennisgeving van niet verdere vervolging op 19 maart 2008 aan verzoeker was gedaan en dat het verzoek op 17 juni 2008 tijdig was ingediend. De rechtbank achtte de verzoeken ontvankelijk en wees de stelling van de officier van justitie dat onnodige kosten waren gemaakt niet onderbouwd. De rechtbank kende een vergoeding toe van € 62.672,- voor proceskosten en € 280.564,- voor kosten van raadslieden, vermeerderd met wettelijke rente vanaf veertien dagen na onherroepelijkheid van de beschikking.
De rechtbank wees tevens de vergoeding van kosten voor een computer af, omdat deze niet onder artikel 591a Sv valt. De wettelijke rente werd pas toegekend vanaf het moment dat de beschikking onherroepelijk is geworden en de Staat in verzuim is om te betalen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen een maand na betekening.
Uitkomst: Verzoeker wordt ontvankelijk verklaard en ontvangt een schadevergoeding van in totaal € 343.236,- vermeerderd met wettelijke rente.