ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ0713
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.H. van Zutphen
- H.J. Bunjes
- F.P. Geelhoed
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid en toekenning schadevergoeding na technisch sepot in strafzaak
Verzoeker diende verzoeken in op grond van artikel 591 en Pro 591a Sv tot vergoeding van kosten gemaakt in het kader van een strafrechtelijk onderzoek dat werd beëindigd met een technisch sepot. De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat verzoeker niet-ontvankelijk was vanwege een afspraak om geen schadevergoedingsverzoeken in te dienen en vanwege het niet tijdig indienen van het verzoek.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker niet gehouden kon worden aan de afspraak om af te zien van schadevergoedingsverzoeken, omdat deze onder druk en in een afhankelijke positie was gemaakt. Tevens was het verzoek tijdig ingediend binnen drie maanden na de kennisgeving van niet verdere vervolging. De rechtbank wees ook het standpunt van de officier van justitie af dat onnodige kosten waren gemaakt en matiging van de vergoeding noodzakelijk was.
De rechtbank kende verzoeker een vergoeding toe van € 33.906,75 voor proceskosten en € 200.054,38 voor kosten van raadslieden, vermeerderd met wettelijke rente vanaf veertien dagen na onherroepelijkheid van de beschikking. De wettelijke rente vanaf de datum van kennisgeving van het sepot werd afgewezen omdat geen sprake was van onrechtmatig handelen door het openbaar ministerie.
Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen een maand na betekening.
Uitkomst: Verzoeker wordt ontvankelijk verklaard en krijgt een schadevergoeding van € 233.961,13 plus wettelijke rente toegekend.