ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ0779
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering Nederlandse verdachte aan België wegens georganiseerde diefstal
De rechtbank Amsterdam behandelde op 24 april 2009 een vordering tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De verdachte werd op 27 februari 2009 in Maastricht aangehouden op basis van een Belgisch internationaal aanhoudingsbevel en vervolgens in verzekering gesteld. De verdediging stelde dat er in Nederland sprake was van strafrechtelijke vervolging, waardoor overlevering niet toegestaan zou zijn volgens artikel 9 van Pro de Overleveringswet (OLW).
De rechtbank oordeelde dat de aanhouding en inverzekeringstelling in Nederland niet als strafrechtelijke vervolging in de zin van artikel 9 OLW Pro konden worden beschouwd. Er was geen intentie van het Nederlandse Openbaar Ministerie om de verdachte voor deze feiten te vervolgen. De feiten waarvoor overlevering werd gevraagd, namelijk georganiseerde diefstal gepleegd door meerdere personen, zijn strafbaar gesteld onder Belgisch recht en vallen ook onder de lijst van strafbare feiten in de OLW.
De verdachte heeft de Nederlandse nationaliteit, waardoor de Belgische autoriteiten een terugkeergarantie moesten geven dat hij na eventuele veroordeling in België naar Nederland zal worden teruggebracht om de straf te ondergaan. Deze garantie werd door de Belgische Procureur des Konings gegeven. Gezien de naleving van alle wettelijke vereisten en de afwezigheid van een Nederlandse vervolging, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de Nederlandse verdachte aan België toe voor strafrechtelijk onderzoek naar georganiseerde diefstal.