ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ1018
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen gelijkstelling Marokkaanse onderhoudsuitkering met partneralimentatie voor nabestaandenuitkering
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank (SVB) om haar nabestaandenuitkering te beëindigen. De SVB stelde dat de Marokkaanse onderhoudsuitkering, de zogenaamde 'rémunération de la garde', niet gelijkgesteld kan worden met partneralimentatie zoals bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Hierdoor kon eiseres niet als nabestaande worden aangemerkt in de zin van artikel 4 van Pro de Algemene nabestaandenwet (Anw).
De rechtbank overwoog dat de Marokkaanse uitkering een vergoeding is voor de verzorging van het kind en niet bedoeld is om in het levensonderhoud van de vrouw zelf te voorzien. Het Marokkaanse familierecht kent geen partneralimentatie zoals in Nederland. De rechtbank vond het beleid van de SVB om buitenlandse alimentatieverplichtingen alleen gelijk te stellen indien zij overeenkomen met de Nederlandse rechtsfiguur niet onredelijk.
Eiseres voerde aan dat de vergoeding vergelijkbaar is met partneralimentatie en dat het rechtszekerheidsbeginsel is geschonden. De rechtbank verwierp deze stellingen en concludeerde dat eiseres niet financieel afhankelijk was van haar ex-echtgenoot zoals vereist. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van de SVB bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de nabestaandenuitkering wordt gehandhaafd.