ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ3182
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Huisverbod wegens overmatige chloorwassingen door moeder met smetvrees ter bescherming van kinderen
De rechtbank Amsterdam behandelde een zaak waarin een moeder een huisverbod opgelegd kreeg wegens het overmatig wassen van haar kinderen met bijna onverdunde chloor, veroorzaakt door haar smetvrees. Dit gedrag leidde tot fysieke en psychische schade bij de jongste twee kinderen, wat door de Raad voor de Kinderbescherming en observaties van leerkrachten werd bevestigd.
De moeder betwistte het huisverbod en stelde dat zij geen strafbaar feit had gepleegd en dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid, onder meer vanwege gebreken in het risicotaxatie-instrument huiselijk geweld (RiHG). De rechtbank oordeelde echter dat het huisverbod proportioneel en zorgvuldig gemotiveerd was, gezien het ernstige en onmiddellijke gevaar voor de kinderen en het feit dat de moeder hulpverlening weigerde.
Het contactverbod, dat het moeder verbood contact met haar kinderen op te nemen, werd door de rechtbank vernietigd omdat de motivering ontbrak en het een onevenredige maatregel vormde. Het huisverbod bleef in stand om de veiligheid van de kinderen te waarborgen en de hulpverlening te faciliteren. De rechtbank wees het verzoek om een voorlopige voorziening af en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het huisverbod blijft in stand, het contactverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.