ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ3914
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van aanvragen bijzondere bijstand wegens niet-rechtmatig verblijf en geen schending gezinsleven
Eisers, een moeder en haar minderjarige kinderen afkomstig uit Nigeria, hebben meerdere aanvragen om bijzondere bijstand en bijstand geweigerd gekregen vanwege het ontbreken van geldige verblijfsdocumenten. De rechtbank Amsterdam heeft deze besluiten beoordeeld en geoordeeld dat eisers niet gelijkgesteld kunnen worden met Nederlanders zoals bedoeld in de Wet Werk en Bijstand (WWB).
De rechtbank benadrukt dat het mogen afwachten van een beslissing van de voorzieningenrechter niet gelijkstaat aan schorsende werking zoals bedoeld in de Vreemdelingenwet. Eisers verkeren niet in een juridisch vacuüm, aangezien zij zelf de behandeling van voorlopige voorzieningen hadden kunnen bespoedigen. Daarnaast is het beroep op artikel 8 EVRM Pro, het Europees Sociaal Handvest en het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten niet gegrond, mede vanwege de ruime beoordelingsvrijheid van de Staat en het belang van de niet-legale verblijfsstatus.
De rechtbank oordeelt dat het gezinsleven van eisers niet wordt geschonden door de besluiten en dat de zogenaamde tweewegenleer niet van toepassing is omdat er geen keuze is tussen twee bewandelbare wegen. De beroepen tegen de besluiten worden ongegrond verklaard, behalve het beroep tegen het weigeren van een postadres, dat niet-ontvankelijk wordt verklaard wegens gebrek aan procesbelang.
De uitspraak bevestigt dat het ontbreken van een rechtmatige verblijfsstatus een doorslaggevende factor is bij de weigering van bijzondere bijstand en dat internationale mensenrechtenverdragen in dit kader geen doorslaggevende bescherming bieden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de beroepen af en verklaart het beroep tegen het weigeren van een postadres niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.