ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ4857
Rechtbank Amsterdam
- Raadkamer
- F.G. Bauduin
- W.F. Korthals Altes
- S.A. Krenning
- Rechtspraak.nl
Bevel tot voorlopige hechtenis wegens vluchtgevaar en gevaar voor herhaling bij EU-onderdaan zonder vaste verblijfplaats
Op 23 april 2009 behandelde de raadkamer van de rechtbank Amsterdam de vordering tot gevangenhouding van een verdachte die wordt verdacht van meerdere strafbare feiten, waaronder overtreding van artikelen 197, 285b, 300 lid 1 en 416/417bis van het Wetboek van Strafrecht. De officier van justitie vorderde een gevangenhouding van 90 dagen wegens vluchtgevaar.
De verdachte is onderdaan van een EU-lidstaat maar heeft geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland of in een andere EU-lidstaat. De rechtbank overwoog dat het enkele feit van het hebben van een vaste woon- of verblijfplaats niet uitsluit dat er vluchtgevaar kan zijn; aanvullende persoonlijke gedragingen en omstandigheden moeten dit onderbouwen. De vrijheid van beweging binnen de EU, zoals gewaarborgd door het EG-Verdrag, moet worden afgewogen tegen het belang van de overheid om voorlopige hechtenis te gelasten.
In dit geval heeft de verdachte verklaard zijn verblijfplaats in Nederland te willen verbergen, wat het vluchtgevaar versterkt. Daarnaast is er gevaar voor herhaling vanwege eerdere veroordelingen voor soortgelijke misdrijven. De rechtbank concludeerde dat gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid de voorlopige hechtenis rechtvaardigen, maar achtte een termijn van zestig dagen voldoende in plaats van de gevorderde negentig dagen.
De voorlopige hechtenis zal worden uitgevoerd in een Huis van Bewaring in Nederland. De beslissing is genomen met inachtneming van relevante wetsartikelen uit het Wetboek van Strafvordering en Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: De rechtbank beval voorlopige hechtenis van zestig dagen wegens vluchtgevaar en gevaar voor herhaling.