ECLI:NL:RBAMS:2009:BK2118
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Interlocutoire uitspraak over rechtsmachtvereiste bij Europees aanhoudingsbevel en strafuitvoering
De rechtbank Amsterdam heeft op 18 september 2009 een interlocutoire uitspraak gedaan in een zaak omtrent een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Bulgarije. De opgeëiste persoon, met Turkse nationaliteit en een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in Nederland, wordt verdacht van ernstige verkeersovertredingen met dodelijke afloop. Het EAB betreft de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van 2,5 jaar.
De verdediging betoogde dat het rechtsmachtvereiste uit artikel 6, vijfde lid, van de Overleveringswet (OLW) discriminerend is en niet toegepast zou moeten worden, omdat het onderscheid maakt tussen Nederlanders en niet-Nederlanders. De officier van justitie stelde dat dit vereiste noodzakelijk is om straffeloosheid te voorkomen en dat er geen aanwijzingen zijn dat de opgeëiste persoon daadwerkelijk gevlucht is.
De rechtbank oordeelde dat het EAB formeel ontvankelijk is en dat het feit ook onder Nederlands recht strafbaar is. Echter, vanwege het belang van het voorkomen van discriminatie en de wens om informatie te verkrijgen over de bereidheid van Bulgarije om de straf in Nederland te laten uitvoeren, werd het onderzoek geschorst. De officier van justitie krijgt de opdracht om nadere informatie in te winnen bij de Bulgaarse autoriteiten over de mogelijkheid tot overname van de strafuitvoering.
Uitkomst: De rechtbank schorst het onderzoek en beveelt nader onderzoek naar de bereidheid van Bulgarije tot overname van de strafuitvoering in Nederland.