ECLI:NL:RBAMS:2009:BK6193
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering niet-genoten vakantiedagen tijdens op non-actiefstelling
Eiser was sinds 1 maart 2004 in dienst bij gedaagde als deeltijd veldwerker. Na een ongeval in 2007 was hij arbeidsongeschikt, maar volledig gere-integreerd in januari 2008. In mei 2008 ontstonden wrijvingen over werkzaamheden voor een eigen bedrijf, waarna eiser met ingang van 16 mei 2008 werd vrijgesteld van werkzaamheden, een op non-actiefstelling.
Eiser vorderde betaling van 11,83 niet-genoten vakantiedagen, gebaseerd op een brief van gedaagde waarin 12,3 dagen werden genoemd en eigen berekeningen. Gedaagde stelde dat eiser tijdens een bespreking in mei 2008 en de zomervakantie daadwerkelijk vakantie had opgenomen en dat zij gerechtigd was vakantie op te leggen op grond van art. 7:638 lid 1 BW Pro.
De kantonrechter oordeelde dat de opgave van gedaagde als uitgangspunt geldt en dat de vrijstelling van werkzaamheden een eenzijdige op non-actiefstelling was, waarbij het niet redelijk is dat eiser vakantiedagen niet heeft opgenomen. Eiser had onvoldoende betwist dat hij in mei en de zomer van 2008 vakantie had genoten, ook al betwistte hij dit juridisch als vakantie te kwalificeren.
De brief van 29 augustus 2008 werd niet weersproken, en eiser had de mogelijkheid dit zonder kosten te doen. Gezien de omstandigheden concludeerde de kantonrechter dat eiser de vakantiedagen feitelijk had opgenomen en wees de vordering af. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van niet-genoten vakantiedagen wordt afgewezen omdat eiser de vakantiedagen feitelijk heeft opgenomen.