ECLI:NL:RBAMS:2009:BL1395
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.B. Kleiss
- L.C. Bachrach
- M.L. van Emmerik
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en niet-woonachtig zijn in Amsterdam
Eiseres ontving bijstand als alleenstaande ouder met toeslag. Verweerder herzag en vorderde terugbetaling van €83.126,11 wegens een verzwegen gezamenlijke huishouding in de periode 1 juli 1997 tot 17 maart 1999 en het niet-woonachtig zijn in Amsterdam van 24 juli 2001 tot 17 februari 2005.
Na bezwaar en eerdere uitspraak vernietigde de rechtbank het besluit en verweerder nam een nieuw besluit waarbij het terug te vorderen bedrag werd verlaagd tot €54.148,07. De rechtbank oordeelde dat eiseres in de eerste periode een gezamenlijke huishouding voerde en dat zij in de tweede periode haar hoofdverblijf niet in Amsterdam had, maar in een andere woonplaats.
De rechtbank baseerde zich op buurtonderzoeken, getuigenverklaringen en schoolformulieren van de kinderen. De enkele verklaring van een getuige na de periode deed hieraan niet af. Eiseres had onvoldoende bewijs geleverd tegen de conclusies van verweerder. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de terugvordering.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de redelijkheid van de terugvordering van €54.148,07.