ECLI:NL:RBAMS:2009:BL5781
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. van der Nat
- C.W. Bianchi
- C.W. Inden
- Rechtspraak.nl
Weigering executieoverlevering wegens onvoldoende verzetgarantie bij verstekvonnis
De Rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot executieoverlevering op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Bulgaarse autoriteiten. Het EAB betrof twee vonnissen: een verstekvonnis van 25 november 2008 en een vonnis van 9 maart 2006.
De rechtbank stelde vast dat het verstekvonnis van 25 november 2008 niet gepaard ging met een voldoende concrete verzetgarantie zoals vereist op grond van artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW). De vertaling van het Bulgaarse artikel 423 Sv Pro, waarop de garantie was gebaseerd, was meervoudig uitlegbaar en onvoldoende specifiek toegespitst op de opgeëiste persoon. Hierdoor kon niet worden gegarandeerd dat hij na overlevering een nieuw proces kon aanvragen.
Voor het vonnis van 9 maart 2006, waarbij de opgeëiste persoon wel aanwezig was bij de terechtzitting, werd de overlevering toegestaan. De rechtbank oordeelde dat de omzetting van een voorwaardelijke in een onvoorwaardelijke straf niet als verstekvonnis geldt en dat aan de voorwaarden voor dubbele strafbaarheid was voldaan. De overlevering werd daarom toegestaan voor dit vonnis, maar geweigerd voor het verstekvonnis.
Uitkomst: Overlevering geweigerd voor het verstekvonnis van 25 november 2008 wegens onvoldoende verzetgarantie, maar toegestaan voor het vonnis van 9 maart 2006.