ECLI:NL:RBAMS:2010:BK9117
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering wegens onvoldoende bewijs rechtmatig verblijf van vijf jaar in Nederland
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een Poolse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten. Centraal stond de vraag of de verdachte voldoet aan de materiële voorwaarden van artikel 6, vijfde lid, van de Overleveringswet (OLW), namelijk een ononderbroken rechtmatig verblijf van ten minste vijf jaar in Nederland.
De verdachte stelde dat hij sinds 2004 onafgebroken in Nederland verbleef en geworteld was in de samenleving, met onder meer een eigen bedrijf en een huurwoning. De rechtbank achtte echter alleen het verblijf vanaf augustus 2006, waarop hij in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) stond ingeschreven, voldoende onderbouwd. De periode van 2004 tot 2006 kon niet concreet worden aangetoond met de overgelegde stukken zoals bankpassen en klantenkaarten.
De rechtbank volgde de uitleg van het Europese Hof van Justitie in de zaak Wolzenburg en oordeelde dat het materiële vereiste van vijf jaar rechtmatig verblijf niet is voldaan. Hierdoor kon de rechtbank niet overgaan tot beoordeling van integratie of geworteldheid. De overlevering werd toegestaan omdat aan de overige voorwaarden van de OLW was voldaan en de persoonlijke belangen van de verdachte niet zwaarder wogen dan het belang van overlevering.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering toe omdat de verdachte niet heeft aangetoond vijf jaar rechtmatig en ononderbroken in Nederland te hebben verbleven.