ECLI:NL:RBAMS:2010:BL1670
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en toekenning schadevergoeding na voorlopige hechtenis bij onherroepelijke vrijspraak
Verzoeker is vrijgesproken van de hem ten laste gelegde moord/doodslag door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam. Ondanks de vrijspraak oordeelt de rechtbank dat er gronden van billijkheid aanwezig zijn om een schadevergoeding toe te kennen voor de schade die verzoeker heeft geleden door de ondergane voorlopige hechtenis.
De rechtbank benadrukt dat de onschuldpresumptie volgens het Europeesrecht verbiedt om bij de beoordeling van schadevergoedingsverzoeken de gronden van verdenking mee te wegen na een onherroepelijke vrijspraak. De officier van justitie stelde dat het zwijgrecht van verzoeker hem tegen kon worden gehouden, maar de rechtbank verwerpt dit standpunt.
Verzoeker verbleef 1 dag in politiecel en 418 dagen in een huis van bewaring. Na verrekening van een andere onherroepelijke vrijheidsstraf van 105 dagen, komt een vergoeding toe voor 313 dagen. De rechtbank kent een vergoeding toe van €22.005 voor de detentie en €540 voor de kosten van het verzoekschrift. Een hoger bedrag wordt afgewezen, omdat de vermeende reputatieschade niet rechtstreeks verband houdt met de detentie.
De rechtbank wijst het verzoek tot een hogere vergoeding af en bevestigt de standaardvergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: Verzoeker is vrijgesproken en ontvangt een schadevergoeding van €22.545,- voor de geleden schade door voorlopige hechtenis.