ECLI:NL:RBAMS:2010:BL1674
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding na onvoorwaardelijk sepot wegens gebrek aan bewijs
De strafzaak tegen verzoeker werd onvoorwaardelijk geseponeerd wegens onvoldoende wettig bewijs. Verzoeker had schade geleden door inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis. De rechtbank overwoog dat de onschuldpresumptie het meewegen van verdenkingsgronden niet uitsluit bij een sepot, mits geen onherroepelijke vrijspraak is uitgesproken.
De officier van justitie stelde dat verzoeker door onwaarheden te vertellen zelf schuld had aan de duur van zijn detentie, terwijl de verdediging betoogde dat verzoeker consistent onschuldig was aan afpersing en zelf slachtoffer was. De rechtbank concludeerde dat verzoeker niet aan zichzelf te wijten had dat hij vastzat.
Op grond van billijkheid werd een schadevergoeding toegekend van € 1.170,- voor de detentie en € 275,- voor de kosten van het verzoekschrift. De rechtbank wees het verzoek tot vergoeding van raadkamerkosten af omdat verzoeker een toevoeging had ontvangen.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een schadevergoeding van € 1.445,- toegekend wegens onrechtmatige detentie na onvoorwaardelijk sepot.