ECLI:NL:RBAMS:2010:BL5686
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.M. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bijstandsfraude wegens onrechtmatig huisbezoek en bewijsuitsluiting
De politierechter Amsterdam behandelde de zaak van verdachte die werd verdacht van bijstandsfraude door het verzwijgen van samenwoning met een medeverdachte. Kern van het geschil was de rechtmatigheid van een huisbezoek op 19 april 2007, dat zonder redelijke grond en zonder informed consent werd uitgevoerd. Tijdens het huisbezoek werden aanwijzingen gevonden die tot nader strafrechtelijk onderzoek leidden.
De verdediging stelde dat het huisbezoek onrechtmatig was en dat het daarop gebaseerde bewijs, inclusief verklaringen, uitgesloten moest worden. De officier van justitie betoogde dat het strafrechtelijk vervolgonderzoek los stond van het bestuursrechtelijk kader en dat het bewijs wel gebruikt mocht worden. De rechtbank oordeelde dat het huisbezoek onrechtmatig was omdat er geen objectieve feiten waren die twijfel aan de juistheid van de verstrekte gegevens rechtvaardigden en omdat medeverdachte niet geïnformeerd was over haar recht om toestemming te weigeren zonder gevolgen.
Omdat er een direct causaal verband was tussen het onrechtmatige huisbezoek en het verkregen bewijs, moest dit bewijs worden uitgesloten als verboden vruchten. De rechtbank verklaarde het tenlastegelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij. Een subsidiaire tenlastelegging werd eveneens niet bewezen verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onrechtmatig huisbezoek en bewijsuitsluiting.