ECLI:NL:RBAMS:2010:BL9136
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming medische behandeling voor minderjarige Jehovah’s getuige
De kinderrechter van de Rechtbank Amsterdam behandelde een zaak waarin een vijftienjarige minderjarige Jehovah’s getuige medische behandeling met bloedtransfusies weigerde vanwege zijn geloof, evenals zijn ouders. De Raad voor de Kinderbescherming en het Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam verzochten om vervangende toestemming en voorlopige ondertoezichtstelling vanwege het spoedeisende karakter en het levensbedreigende risico.
Tijdens de zitting werd een videoboodschap van de minderjarige bekeken waarin hij zijn standpunt helder uiteenzette. Desondanks concludeerden psychiaters dat de minderjarige, gezien zijn leeftijd en psychologische ontwikkeling, nog niet volledig oordeelsbekwaam is en sterk beïnvloed wordt door zijn ouders en geloofsgemeenschap.
De kinderrechter constateerde een lacune in de wetgeving omtrent vervangende toestemming bij minderjarigen van 12 jaar en ouder die niet in staat zijn hun belangen af te wegen. Anticiperend op een wetswijziging verleende de kinderrechter vervangende toestemming voor de medische behandeling en handhaafde de voorlopige ondertoezichtstelling. De ouders en minderjarige werden ondersteund tijdens het medische traject.
De beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De minderjarige was inmiddels met de behandeling begonnen en gaf aan geen doodswens te hebben. De ouders verklaarden hun zoon niet te zullen verstoten bij onvrijwillige bloedtransfusies, en de raadsman stelde dat de band met God ook dan hersteld kan worden.
Uitkomst: De kinderrechter verleent vervangende toestemming voor medische behandeling en bekrachtigt de voorlopige ondertoezichtstelling van de minderjarige.