ECLI:NL:PHR:2011:BQ6690
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak besnijdenis kinderen zonder toestemming gezaghebbende moeder niet begrijpelijk gemotiveerd
De zaak betreft de besnijdenis van twee minderjarige jongens door hun vader zonder toestemming van de moeder die het gezag over de kinderen uitoefent. Verdachte werd door het hof vrijgesproken van mishandeling en het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, omdat een technisch kundig uitgevoerde besnijdenis volgens het hof geen (zware) mishandeling oplevert.
In cassatie staat centraal of het hof de vrijspraak begrijpelijk heeft gemotiveerd en of het de begrippen 'mishandeling' en 'opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel' juist heeft uitgelegd. De Hoge Raad benadrukt dat mishandeling het toebrengen van letsel of pijn zonder rechtvaardigingsgrond inhoudt en dat opzet in het strafrecht doorgaans een kleurloos begrip is, tenzij anders blijkt.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd of het opzet van verdachte op mishandeling kleurloos was of gericht op het wederrechtelijke karakter van de gedraging. Ook is onduidelijk of het hof heeft overwogen dat het ontbreken van toestemming van de gezaghebbende moeder een rechtvaardigingsgrond ontbrak. Daarom is de motivering van de vrijspraak ontoereikend.
De Hoge Raad vernietigt de vrijspraak voor het subsidiaire en meest subsidiaire tenlastegelegde en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting. De zaak bevat tevens een uitgebreide juridische beschouwing over de juridische kwalificatie van jongensbesnijdenis, ouderlijk gezag, toestemming en het recht op lichamelijke integriteit.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vrijspraak wegens onvoldoende motivering en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.