ECLI:NL:RBAMS:2010:BM2228
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag voor in het buitenland wonende AOW-pensioengerechtigde met thuisonderwijs kind
Eiser, woonachtig in een andere EU-lidstaat en ontvanger van een Nederlands AOW-pensioen, verzocht kinderbijslag voor zijn 16-jarige zoon die thuisonderwijs volgt volgens de Belgische wetgeving. Verweerder, de Sociale verzekeringsbank, weigerde kinderbijslag omdat niet kon worden vastgesteld of aan de Nederlandse voorwaarden, waaronder het klokurenvereiste, werd voldaan.
Eiser stelde dat hij recht had op kinderbijslag op grond van EG-Verordening 1408/71 en dat het AOW-pensioen geen wettelijk pensioen in de zin van de Verordening was. Tevens meende hij voldoende informatie te hebben verstrekt over de onderwijssituatie van zijn zoon. De rechtbank oordeelde dat artikel 77 van Pro de Verordening van toepassing is en dat Nederland als bevoegde lidstaat de Nederlandse regelgeving hanteert.
De rechtbank stelde dat eiser niet voldoende informatie had verstrekt om te beoordelen of het thuisonderwijs voldeed aan de Nederlandse eisen, waaronder het minimum aantal klokuren onderwijs. De weigering van kinderbijslag was daarom terecht en niet in strijd met het EU-recht op vrij verkeer van personen of het gelijkheidsbeginsel. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder toekenning van schadevergoeding of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van kinderbijslag wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende informatie over het thuisonderwijs van de zoon.