ECLI:NL:RBAMS:2010:BM3894
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling in weerwil van beslag en werking faillissementsbeslag
In deze civiele zaak stond centraal of de rechtbank kon terugkomen op een bindende eindbeslissing uit een tussenvonnis over de uitbetaling door ABN Amro Bank ondanks een beslag gelegd door een derde partij. De curator van het faillissement van Top Clean B.V. vorderde betaling van bedragen die ABN Amro in weerwil van het beslag had betaald. De rechtbank overwoog dat volgens de Hoge Raad een betaling in weerwil van beslag geen waarde heeft ten opzichte van de beslaglegger, maar dat dit niet verhindert dat de vordering van de beslagene jegens de derde tot het bedrag van de betaling tenietgaat.
De rechtbank stelde vast dat het beslag niet op grond van artikel 33 lid 2 Faillissementswet Pro (Fw) was vervallen omdat de gelden al waren betaald en dus niet meer tot het vermogen van de failliet behoorden. De curator kon daarom geen rechten ontlenen aan het beslag voor zover het ging om deze betalingen. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat ABN Amro niet onrechtmatig had gehandeld jegens de beslaglegger door de betaling te verrichten, omdat artikel 475h lid 1 Rv de beslaglegger beschermt tegen de gevolgen van een betaling in weerwil van het beslag.
Uiteindelijk wees de rechtbank de hoofdsomvordering van de curator af, maar veroordeelde ABN Amro tot betaling van wettelijke rente over een gesepareerd bedrag van EUR 23.575,73 dat wel was overgemaakt op de faillissementsrekening. De curator werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering van de curator wordt afgewezen behalve de betaling van wettelijke rente over een gesepareerd bedrag; de curator wordt veroordeeld in de proceskosten.