ECLI:NL:RBAMS:2010:BM6112
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst studentendecaan wegens onvoldoende grond
De Hogeschool van Amsterdam (HVA) verzocht de rechtbank om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een studentendecaan, vanwege vermeend onjuist handelen en een verstoorde arbeidsrelatie. De decaan was sinds 1983 in dienst en had een vaste aanstelling. Er waren klachten over haar functioneren, met name over haar adviezen aan het College van Beroep voor de Examens (COBEX) en haar omgang met studenten en collega’s.
De klachten betroffen onder meer discrepanties tussen haar adviezen en verklaringen van studenten, en een functioneringsgesprek uit november 2009 waarin verbeterpunten werden genoemd. De decaan ontkende onjuistheden en stelde dat de klachten onvoldoende waren onderbouwd. De voorzitter van COBEX distantieerde zich later van de klachtbrief die namens het college was verstuurd.
De rechtbank oordeelde dat HVA onvoldoende had aangetoond dat de decaan onjuist had gehandeld of dat er sprake was van een duurzaam verstoorde arbeidsrelatie. Ook was het onzorgvuldig dat HVA de decaan niet had gehoord voordat zij op de klacht werd aangesproken. Het verzoek tot ontbinding werd daarom afgewezen en HVA werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van disfunctioneren en een verstoorde arbeidsrelatie.