ECLI:NL:RBAMS:2010:BM6277
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Uitlevering aan Turkije toegestaan voor moord en poging tot doodslag
De rechtbank Amsterdam heeft op 10 mei 2010 uitspraak gedaan over het uitleveringsverzoek van Turkije betreffende een persoon die in Nederland gedetineerd is. De opgeëiste persoon is in Turkije veroordeeld voor moord en poging tot doodslag en is daaruit ontsnapt. Turkije verzoekt uitlevering voor verdere uitvoering van twee vrijheidsstraffen van respectievelijk 1 jaar en 8 maanden en 20 jaar en 10 maanden.
De verdediging voerde verweren aan over de genoegzaamheid van de stukken, onduidelijkheid over de samenstelling van de straf en mogelijke schending van mensenrechten. De rechtbank oordeelde dat de stukken, waaronder authentieke arrestatiebevelen, voldoende waren en dat de samenstelling van de straf niet relevant is zolang de resterende straf langer is dan vier maanden. Het verweer over mogelijke schending van EVRM-rechten werd niet gegrond verklaard omdat het niet ging om een flagrante dreigende schending van artikel 6 EVRM Pro en onvoldoende onderbouwd was.
De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke en verdragsrechtelijke voorwaarden voor uitlevering was voldaan en verklaarde de uitlevering toelaatbaar. De uitspraak kan worden aangevochten door middel van cassatie.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de uitlevering aan Turkije toelaatbaar voor verdere uitvoering van de opgelegde vrijheidsstraffen.