ECLI:NL:RBAMS:2010:BM6318
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. van der Nat
- W.H. van Benthem
- C. Kraak
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering verdachte op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens illegale drugshandel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 18 mei 2010 de vordering tot overlevering van een verdachte aan de Britse autoriteiten op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Leeds Magistrates Court. De verdachte, zonder vaste verblijfplaats in Nederland en gedetineerd in Rotterdam, werd verdacht van zes strafbare feiten met betrekking tot illegale handel in verdovende middelen.
De rechtbank stelde vast dat het EAB voldeed aan de vereisten van de Overleveringswet (OLW), waaronder een duidelijke omschrijving van de feiten en de strafbaarheid volgens het Britse recht. De verdediging voerde aan dat er geen redelijk vermoeden van schuld bestond voor de inbeslaggenomen cannabisresin, omdat geen vingerafdrukken van de verdachte waren aangetroffen. De rechtbank oordeelde echter dat de beoordeling van het redelijk vermoeden van schuld niet aan haar toekomt, maar aan de uitvaardigende autoriteit.
Ook werd overwogen dat de feiten niet op Nederlands grondgebied waren gepleegd en dat de weigeringsgrond van artikel 13 OLW Pro daarom niet van toepassing was. Gezien de naleving van alle wettelijke voorwaarden werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan de Britse autoriteiten toe.