Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2010:BM7020

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
13-528470-06
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens gebrek aan bewijs moord ex-echtgenote

De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van de moord op zijn ex-echtgenote, die sinds een bruiloft in Duitsland in 1991 vermist is. Hoewel er aanwijzingen zijn dat verdachte mogelijk betrokken was bij haar verdwijning, ontbrak het aan voldoende wettig en overtuigend bewijs om hem te veroordelen.

Tijdens de terechtzitting op 20 mei 2010 werd vastgesteld dat verdachte en zijn ex-echtgenote na de bruiloft niet meer van haar vernomen is. Getuigenverklaringen, waaronder die van zijn kinderen, en de wisselende verklaringen van verdachte zelf leverden aanwijzingen op dat er iets met de ex-echtgenote is gebeurd en dat verdachte mogelijk een rol speelde.

De rechtbank oordeelde echter dat deze aanwijzingen niet voldoende zijn om het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen te verklaren. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde moord. Daarnaast werd de bewaring van inbeslaggenomen goederen gelast ten behoeve van de rechthebbende.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs moord ex-echtgenote.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Parketnummer: 13/528470-06
Datum uitspraak: 3 juni 2010
op tegenspraak, raadsman gemachtigd
VONNIS
van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.
De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 mei 2010.
1. Telastelegging
Aan verdachte is telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding, waarvan een kopie als bijlage 1 aan dit vonnis is gehecht. De in die dagvaarding vermelde telastelegging geldt als hier ingevoegd.
2. Voorvragen
3. Waardering van het bewijs
De rechtbank acht, evenals de officier van justitie en de raadsman van verdachte, het telastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.
Vast staat dat na een bruiloft in Duitsland in 1991 waar verdachte en zijn (ex)echtgenote samen naar toe zijn gegaan, niets meer van de (ex)echtgenote van verdachte is vernomen. Wat er vervolgens met haar is gebeurd is onbekend en blijkt dus ook niet uit het dossier.
Verdachte heeft blijkens door zijn kinderen afgelegde getuigenverklaringen en zijn eigen verklaring bij de rechter-commissaris wisselend verklaard inzake de vermissing van zijn (ex)echtgenote. Volgens een aantal getuigenverklaringen zou verdachte hebben gezegd dat hij [persoon] heeft vermoord.
Het dossier levert aldus aanwijzingen op dat er iets gebeurd is met [persoon]. Ook kan het vorenstaande de verdenking dragen dat verdachte hierin mogelijk een rol heeft gespeeld. Voor een veroordeling is echter meer nodig, namelijk dat het dossier voldoende bewijs bevat dat verdachte het telastegelegde heeft begaan. Dat bewijs is er niet. De rechtbank heeft dan ook uit de inhoud van de wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat verdachte het aan hem telastegelegde heeft begaan.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
4. Beslissing
Verklaart het telastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de goederen, genoemd op de aan dit vonnis als bijlage 2 gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. F. Salomon, voorzitter,
mrs. C.W. Inden en G. Voorhorst, rechters,
in tegenwoordigheid van R. Rog, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 juni 2010.
De jongste rechter is buiten staat te tekenen.