ECLI:NL:RBAMS:2010:BM7559
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verstekvonnis wegens onjuiste dagvaarding en onduidelijkheden huurgeschil
In deze civiele zaak vordert de opposant vernietiging van een verstekvonnis waarin hij en een medehuurder hoofdelijk zijn veroordeeld tot betaling van huurachterstanden en onbetaalde internetdiensten. De huurovereenkomst betrof een woning met een maandelijkse huur van €1.600, inclusief kale huur, diensten en stoffering, met een waarborgsom van €1.550.
De opposant stelt dat hij de huur over april 2008 heeft betaald en dat de borgsom met instemming van de verhuurster is verrekend met de huur over februari 2009. De verhuurster betwist dit en stelt dat de woning beschadigd en vuil is achtergelaten, waardoor zij aanspraak maakt op de borgsom. Ook verschillen partijen van mening over de specificatie van de huurachterstand en de kosten voor internetdiensten.
De kantonrechter oordeelt dat de huur bij vooruitbetaling op de eerste dag van de maand verschuldigd is, waardoor de vordering ook de huur over mei 2008 omvat. Verrekening met betwiste tegenvorderingen stuit op processuele problemen, aangezien geen zelfstandige tegenvordering is ingesteld. Tevens wordt vastgesteld dat de dagvaarding van een medehuurder op een adres is gedaan waar deze niet meer woonde, waardoor deze dagvaarding nietig is en het verstekvonnis tegen hem ambtshalve wordt vernietigd.
De zaak wordt verwezen naar een comparitie waarbij partijen persoonlijk moeten verschijnen om nadere inlichtingen te geven en de mogelijkheid van een schikking te onderzoeken. De kantonrechter houdt verdere beslissingen aan en bepaalt een rolzitting voor het plannen van de comparitie.
Uitkomst: Het verstekvonnis tegen een medehuurder wordt vernietigd wegens onjuiste dagvaarding, en de zaak wordt verwezen naar comparitie voor nadere behandeling.