ECLI:NL:RBAMS:2010:BM8115
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging tijdelijk huisverbod wegens onvoldoende motivering maar rechtsgevolgen blijven in stand
De vrouw kreeg op 24 januari 2010 een tijdelijk huisverbod opgelegd na een incident waarbij zij haar man met een mes zou hebben bedreigd en verwond. De man en vrouw wonen samen met hun twee minderjarige kinderen op hetzelfde adres en hebben zakelijke en persoonlijke conflicten. De vrouw stelde dat zij de man niet had verwond en dat de man zelf de snijwonden had veroorzaakt. Ook werd aangevoerd dat de man een borderline-stoornis heeft.
De politie en een GGD-arts onderzochten de situatie, waarbij de politie twijfelde aan het verhaal van de man, maar de GGD-arts geen psychiatrische stoornis vond. Er waren foto’s van de verwondingen van de man en aangifte werd gedaan en later ingetrokken. De burgemeester legde het huisverbod op vanwege het vermoeden van ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van de man.
De rechtbank oordeelt dat het besluit tot oplegging van het huisverbod onvoldoende kenbaar is gemotiveerd, waardoor het besluit wordt vernietigd. Echter, de rechter acht het aannemelijk dat het huisverbod terecht is opgelegd vanwege het risico op escalatie en het creëren van een afkoelingsperiode. Daarom blijven de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de vrouw krijgt een proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: Het tijdelijk huisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.