ECLI:NL:RBAMS:2010:BM8460
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken intentie tot gebruik van voorwetenschap bij aandelenhandel Qurius
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het gebruik maken van voorwetenschap bij de aankoop van aandelen Qurius op 18 december 2006. Verdachte was bestuurder van Qurius en had kennis van gesprekken en interesse van investeerder Parcom in het overnemen van aandelen Qurius.
Hoewel de rechtbank vaststelde dat verdachte beschikte over koersgevoelige informatie, kon niet worden bewezen dat hij deze informatie met de intentie heeft gebruikt bij zijn transacties. De verdediging stelde dat verdachte de aandelen kocht om een positief signaal af te geven na de fusie met Watermark en dat hij gebonden was aan een lock-up regeling waardoor hij geen direct voordeel kon behalen.
De rechtbank volgde dit verweer en oordeelde dat het bewijsvermoeden van gebruik van voorwetenschap niet kon worden gehandhaafd. Daarom werd verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde gebruik maken van voorwetenschap. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige economische strafkamer op 31 maart 2010.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet bewezen kon worden dat hij de voorwetenschap met de intentie heeft gebruikt bij de aandelenkoop.