ECLI:NL:RBAMS:2010:BN0285
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht van overweg en erfdienstbaarheid: uitoefening op minst bezwarende wijze en dwangsom bij overtreding
In deze civiele zaak staat het recht van overweg tussen partijen centraal. [B] c.s. zijn eigenaar van percelen die toegang bieden tot de percelen van [A], die een ponyboerderij exploiteert. Er is een geschil over de wijze waarop het recht van overweg wordt uitgeoefend, waarbij [A] stelt dat [B] c.s. dit niet op de minst bezwarende wijze doen, wat leidt tot overlast en schade.
De rechtbank verwijst naar een eerder kortgedingvonnis van 15 maart 2007, waarin een afgebakend pad aan de linkerzijde van het perceel van [A] is aangewezen voor het recht van overweg, met een minimale breedte van 3,5 meter en beperkingen voor het gebruik door landbouwmachines. [B] c.s. mochten dit pad gebruiken, behalve wanneer het noodzakelijk is landbouwmachines door het midden van het perceel te laten rijden, mits zij dit vooraf melden.
In het bodemvonnis stelt de rechtbank vast dat [B] c.s. hun recht van overweg op het aangewezen pad moeten uitoefenen, dat de pony’s uitsluitend lopend en aan de hand mogen worden begeleid, met maximaal één kind per dag en een begeleider indien het kind jonger is dan twaalf jaar. Tevens moeten hekken en schrikdraadlijnen na gebruik worden gesloten. Parkeren op het toegangspad is verboden, behalve voor kort laden en lossen door [B] c.s. en hun gezin. Bij overtreding van deze regels verbeuren zij dwangsommen.
De vorderingen van [A] worden grotendeels toegewezen, terwijl de tegenvorderingen van [B] c.s. worden afgewezen. De rechtbank veroordeelt [B] c.s. in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het recht van overweg moet door [B] c.s. op het afgebakende pad aan de linkerzijde van het perceel van [A] worden uitgeoefend met beperkingen en dwangsommen bij overtreding.