ECLI:NL:RBAMS:2010:BN3017
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering bijstandsuitkering wegens niet-deelname traject niet toegestaan
Eiser heeft op 23 oktober 2009 een bijstandsuitkering aangevraagd bij de Dienst Werk en Inkomen. Hij weigerde deel te nemen aan een aangeboden traject bij het Praktijkcentrum, met als reden dat hij al voldoende werkervaring had. Verweerder wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat eiser daardoor niet tot de doelgroep voor bijstand behoorde omdat hij redelijkerwijs over voldoende middelen zou beschikken.
De rechtbank stelt vast dat het aangeboden traject een voorziening is in de zin van de WWB en dat eiser de verplichting om hieraan deel te nemen niet wenst na te komen. Echter, de rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte de aanvraag heeft afgewezen op grond van de vermeende beschikbaarheid van middelen, omdat er nog geen stageovereenkomst is gesloten en eiser dus geen recht heeft op de stagevergoeding.
De rechtbank verwijst naar vaste rechtspraak dat het niet meewerken aan een traject geen reden is om bijstand op te schorten of in te trekken, maar dat in geval van verwijtbare niet-nakoming een sanctie op grond van artikel 18, tweede lid, WWB passend is. Verweerder had dus een maatregel moeten opleggen in plaats van de aanvraag af te wijzen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag.