ECLI:NL:CRVB:2008:BC2387
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit bijstand wegens niet-nakoming re-integratieverplichtingen
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd via het re-integratiebedrijf Rework begeleid naar een stageplaats in de tuinbouw. Appellant is niet aan de stage begonnen en meldde zich ook voor de daaropvolgende dagen af. Het College van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage besloot daarop de bijstand stop te zetten en later definitief in te trekken wegens het niet nakomen van medewerkingsverplichtingen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het College ten onrechte het intrekkingsbesluit heeft genomen op grond van artikel 54, vierde lid, van de WWB. De Raad stelt dat bij verwijtbare niet-nakoming van een specifieke re-integratieverplichting, zoals het niet starten met een aangeboden stage, de juiste sanctie een verlaging van de bijstand is op grond van artikel 18, tweede lid, van de WWB. Het College had dus niet mogen overgaan tot intrekking.
De Raad vernietigt het besluit van 7 oktober 2005 en het vonnis van de rechtbank dat dit besluit in stand hield. Het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak, waarbij ook een beslissing op het verzoek om vergoeding van gemaakte proceskosten moet worden genomen. De Raad veroordeelt het College tot betaling van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met toepassing van de juiste sanctie van verlaging.