ECLI:NL:RBAMS:2010:BN6198
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Parkeerbelasting moet bij aanvang gehele parkeerduur voldaan kunnen worden
Eiser parkeerde zijn voertuig op 24 maart 2009 en betaalde om 18.47 uur € 0,10 parkeerbelasting, wat overeenkomt met het tarief tot 19.00 uur. Na 19.00 uur gold een ander tarief, maar eiser kon bij aanvang van het parkeren niet de belasting voldoen voor de periode na 19.00 uur vanwege de instelling van de parkeerapparatuur. Verweerder legde een naheffingsaanslag op omdat eiser na 19.00 uur niet terug was gekeerd om extra belasting te voldoen.
Eiser stelde dat dit in strijd was met artikel 225 van Pro de Gemeentewet, omdat hij niet in de gelegenheid was gesteld om bij aanvang de volledige parkeerbelasting te voldoen. Verweerder voerde aan dat een belangenafweging had plaatsgevonden en dat het te duur was om de apparatuur anders in te stellen.
De rechtbank oordeelde dat de parkeerbelasting volgens de wet bij aanvang van het parkeren verschuldigd is en dat de gemeente geen belangenafweging mag maken over het tijdstip van betaling. Omdat eiser niet de mogelijkheid had om bij aanvang de volledige belasting te voldoen, was de naheffingsaanslag onterecht opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en de naheffingsaanslag en bepaalde dat verweerder het betaalde griffierecht moest vergoeden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat geen kosten waren gemaakt.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige belastingkamer van de rechtbank Amsterdam op 31 augustus 2010.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting is vernietigd omdat eiser niet in de gelegenheid is gesteld bij aanvang de volledige parkeerbelasting te voldoen.