ECLI:NL:RBAMS:2010:BN9763
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs van onjuist medisch handelen bij polsbreuk
Eiseres liep op 4 juni 1999 een breuk aan haar linkerpols op na een val van haar fiets en werd conservatief behandeld op de Spoedeisende Eerste Hulp van het VU Medisch Centrum. Zij vordert een verklaring voor recht dat het VU en de betrokken arts medische fouten hebben gemaakt die hebben geleid tot blijvend letsel en schadevergoeding.
De rechtbank stelt vast dat eiseres onvoldoende feiten heeft gesteld die aantonen dat het medisch handelen op 4 juni 1999 onjuist was. Klachten aan de pols na de behandeling betekenen niet automatisch dat er onzorgvuldig is gehandeld. Ook latere medische correspondentie ondersteunt niet dat het VU nalatig was. Het medisch dossier toont dat eiseres zich na ontslag diverse keren meldde bij de SEH, maar niet met klachten aan haar linkerpols, behalve in 2007 na een val in december 2006.
Eiseres betwist de juistheid van het medisch dossier en stelt dat zij zich wel met polsklachten heeft gemeld in 2002, 2003 en 2004, en dat er onjuistheden in het dossier staan. De rechtbank oordeelt echter dat het VU haar stellingen voldoende concreet heeft onderbouwd met het dossier, terwijl eiseres haar beweringen niet heeft gestaafd. Hierdoor gaat de rechtbank uit van de juistheid van het dossier en komt zij niet toe aan de vraag of er na 4 juni 1999 medisch onjuist is gehandeld.
De vordering van eiseres wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten van het VU.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens onvoldoende bewijs van onjuist medisch handelen en veroordeelt eiseres in de proceskosten.