ECLI:NL:GHAMS:2011:BP7259
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen medische fout bij behandeling polsbreuk en vervolgklachten na val in 1999
Appellante liep op 4 juni 1999 een linkerpolsbreuk op na een val met de fiets en werd conservatief behandeld in het VU Medisch Centrum (VUMC). Zij bleef daarna onder behandeling, maar werd op 16 juli 1999 ontslagen. In de jaren daarna meldde zij zich meerdere keren bij de Spoedeisende Hulp (SEH) van VUMC met klachten, die volgens VUMC niet gerelateerd waren aan haar pols.
Appellante stelde dat VUMC onjuist medisch had gehandeld door niet adequaat te onderzoeken of te behandelen, en dat haar medisch dossier onjuistheden bevatte. Zij voerde aan dat klachten aan haar pols recidiveerden en dat er sprake was van een instabiliteit van het distale radio-ulnaire gewricht (DRU-gewricht) die niet tijdig was vastgesteld.
Het hof oordeelde dat uit het medisch dossier en de verklaringen van betrokken artsen bleek dat de klachten en degeneratieve veranderingen aan het DRU-gewricht het gevolg waren van het trauma in 1999. Echter, er was onvoldoende bewijs dat VUMC tekort was geschoten in de zorgverlening of dat er medische fouten waren gemaakt. Ook werden de stellingen over onjuiste dossiervermeldingen en het ontbreken van adequate informatievoorziening verworpen.
De grieven van appellante werden afgewezen en het vonnis van de rechtbank Amsterdam werd bekrachtigd. Appellante werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat geen medische fout is vastgesteld en wijst de vorderingen van appellante af.