ECLI:NL:RBAMS:2010:BO6845
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dagloon bij IVA-uitkering en niet-betrekken bovenwettelijke WW-uitkering
Eiser, voormalig leraar en coördinator, ontving een IVA-uitkering op grond van de WIA. Hij stelde dat bij de vaststelling van zijn dagloon ook een bovenwettelijke uitkering in het kader van de WW betrokken had moeten worden. Verweerder stelde dat deze uitkering niet tot het loon behoort en dat het besluit van 23 september 2008 formele rechtskracht heeft. De rechtbank oordeelde dat verweerder het besluit ondeugdelijk had gemotiveerd door geen onderscheid te maken tussen verleden en toekomst en onvoldoende in te gaan op de aard van de bovenwettelijke uitkering.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Awb, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten, terwijl het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Tevens werd verweerder in de gelegenheid gesteld de motiveringsgebreken binnen vier weken te herstellen.
De zaak betreft de uitleg van artikel 16 van Pro de Wet financiering sociale verzekeringen en de toepassing daarvan op de bovenwettelijke uitkering in relatie tot het begrip loon bij de berekening van het dagloon voor een WIA-uitkering.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.