ECLI:NL:RBAMS:2010:BO6940
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening wegens ontbreken informed consent bij huisbezoek WWB
Verzoekster ontvangt een bijstandsuitkering die door de gemeente Amsterdam is ingetrokken wegens vermeende weigering tot medewerking tijdens een huisbezoek. De intrekking is gebaseerd op het feit dat verzoekster weigerde een kledingkast te openen, wat volgens de gemeente nodig was om te beoordelen of de vader van twee kinderen op hetzelfde adres woonde.
Partijen zijn het eens dat er geen redelijke grond was voor het huisbezoek, maar wel dat er voorafgaand toestemming was gegeven op basis van 'informed consent'. Tijdens het huisbezoek weigerde verzoekster echter de kast te openen, en de gemeente stelt dat zij haar op de gevolgen van deze weigering heeft gewezen. Verzoekster betwist dit.
De rechtbank oordeelt dat de bewijslast voor het aantonen van informed consent bij de gemeente ligt en dat een verwijzing naar een rapportage onvoldoende is. Ook ontbreekt op het ondertekende formulier een notitie over het opnieuw vragen van toestemming of het wijzen op de gevolgen van weigering. Daarom moet de gemeente in de bezwaarprocedure dit standpunt nader onderbouwen.
Gezien deze onzekerheden wijst de rechtbank het verzoek tot voorlopige voorziening toe, schorst het besluit tot intrekking van de uitkering en veroordeelt de gemeente tot betaling van proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt geschorst wegens onvoldoende bewijs van informed consent tijdens het huisbezoek.