ECLI:NL:RBAMS:2010:BO6964
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in WAO-procedure
Eiser heeft een langdurige procedure gevoerd tegen het UWV over de toekenning van een WAO-uitkering, die uiteindelijk vijf jaar en vijf maanden duurde. Hij verzocht om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, maar dit verzoek werd door het UWV afgewezen wegens vermeende niet-tijdigheid.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek wel ontvankelijk is, omdat de bezwaarprocedure deel uitmaakt van de gehele procedure en de norm van artikel 6 EVRM Pro zich ook tot het bestuursorgaan richt. De rechtbank stelt vast dat de overschrijding volledig voor rekening van het UWV komt, omdat er geen onredelijke vertraging door de rechterlijke instanties was.
Op basis van jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep wordt de schadevergoeding vastgesteld op €1.500, gelijk aan drie keer €500 voor anderhalf jaar overschrijding. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, herroept het primaire besluit, kent de vergoeding toe en veroordeelt het UWV in de proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Eiser krijgt een vergoeding van €1.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn toegekend.