ECLI:NL:RBAMS:2010:BO6966
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of drijvende tuin als pleziervaartuig kan worden aangemerkt
Eiseres bezit een vaartuig dat functioneert als drijvende tuin en slechts tien tot twintig keer per jaar wordt gebruikt om te varen. Verweerder legde bestuursdwang op omdat het vaartuig zonder ontheffing ligplaats innam en niet als pleziervaartuig werd aangemerkt.
De rechtbank onderzocht of het vaartuig als pleziervaartuig kan worden beschouwd op basis van feitelijk gebruik, bestemming en uiterlijke kenmerken. Hoewel het vaartuig kan varen en enkele scheepseigen kenmerken bezit, oogt het vooral als een drijvende tuin en wordt het het grootste deel van het jaar afgemeerd gebruikt.
De rechtbank concludeerde dat het vaartuig niet hoofdzakelijk wordt gebruikt voor niet-bedrijfsmatige varende recreatie en daarom niet als pleziervaartuig kan worden aangemerkt. Het vaartuig valt onder de categorie objecten waarvoor zonder ontheffing geen ligplaats mag worden ingenomen.
Omdat geen ontheffing was verleend en verweerder bevoegd was bestuursdwang toe te passen, verklaarde de rechtbank het beroep van eiseres ongegrond. Er waren geen bijzondere omstandigheden om van handhaving af te zien.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het vaartuig wordt niet als pleziervaartuig aangemerkt.