ECLI:NL:RBAMS:2010:BO7710
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning van gedeeltelijke schadevergoeding na vrijspraak wegens voorlopige hechtenis
Verzoeker heeft van 4 oktober 2009 tot 22 januari 2010 in verzekering en voorlopige hechtenis gezeten en is op 22 januari 2010 vrijgesproken. De rechtbank beoordeelde het verzoek tot schadevergoeding ex artikel 89 en Pro 591a Sv, waarbij werd vastgesteld dat toekenning van schadevergoeding plaatsvindt indien gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Hoewel verzoeker volledig ontoerekeningsvatbaar was verklaard in een deskundigenrapport, heeft hij pas ter zitting de juistheid van zijn bekennende verklaring betwist, waardoor hij zelf heeft bijgedragen aan het voortduren van de verdenking en de voorlopige hechtenis. De rechtbank achtte dit een specifieke omstandigheid die tot beperking van de schadevergoeding leidt.
De rechtbank concludeerde dat ondanks de onherroepelijke vrijspraak de mate en gronden van verdenking ten tijde van de voorlopige hechtenis meegewogen mogen worden. Gezien de omstandigheden werd aan verzoeker een schadevergoeding toegekend ter grootte van de helft van het gebruikelijke bedrag, zijnde € 4.412,50, plus een vergoeding van € 540,- voor de kosten van het verzoekschrift.
De rechtbank wees het overige verzoek af en stelde dat de voorlopige hechtenis deels aan verzoeker zelf te wijten was, mede vanwege zijn proceshouding en het tijdstip waarop hij zijn bekennende verklaring betwistte. De beslissing werd op 21 oktober 2010 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Verzoeker krijgt de helft van de gebruikelijke schadevergoeding toegekend wegens deels aan hem toe te rekenen voortduren van voorlopige hechtenis na vrijspraak.