ECLI:NL:RBAMS:2010:BO8410
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning som ineens uit nalatenschap voor verzorging en studie minderjarige
De zaak betreft een verzoek van de wettelijk vertegenwoordiger van een minderjarige dochter om een som ineens toe te kennen uit de nalatenschap van haar overleden vader, ter vervanging van de maandelijkse kinderalimentatie die sinds het overlijden ontbreekt.
De vader was hertrouwd en overleed in januari 2009 zonder testament. De nalatenschap bedroeg circa €102.661 netto. De dochter heeft spaargelden en ontvangt een halfwezenuitkering en een wezenpensioen. De verzoekster stelt dat de som ineens nodig is voor verzorging, opvoeding en studie van de dochter, conform het echtscheidingsconvenant tussen de ouders.
De verweerster betwist de noodzaak vanwege de ontvangen uitkeringen en het gezinsinkomen van verzoekster. De kantonrechter oordeelt dat de inkomenspositie van de langstlevende echtgenoot niet in aanmerking wordt genomen, maar wel de inkomsten van de dochter zelf. Gezien de omstandigheden en het echtscheidingsconvenant wordt een redelijke som ineens vastgesteld van €25.000.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, de kosten worden ieder door eigen partij gedragen en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Er wordt een som ineens van €25.000 toegekend uit de nalatenschap voor verzorging en studie van de minderjarige dochter.