ECLI:NL:RBAMS:2010:BP1594
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verbod op terrasverwarming niet in strijd met Europese richtlijn en APV
Eiseres, exploitant van een horecabedrijf in Amsterdam, maakte bezwaar tegen voorschriften in haar exploitatievergunning die onder meer een verbod op terrasverwarming bevatten. Verweerder, de burgemeester van Amsterdam, handhaafde het verbod op basis van de Terrassennota 2008, gericht op het waarborgen van het woon- en leefklimaat en het beperken van de druk op de openbare ruimte.
Eiseres stelde dat het verbod in strijd was met artikel 4 van Pro richtlijn 90/396/EEG (gastoestellenrichtlijn) en dat de voorschriften onzorgvuldig waren voorbereid. De rechtbank oordeelde dat de richtlijn uitzonderingen op de handel in gastoestellen toestaat indien deze noodzakelijk, geschikt en evenredig zijn ter bescherming van dwingende belangen. Het verbod op terrasverwarming voldoet aan deze voorwaarden en vormt geen discriminatie of handelsbelemmering.
Daarnaast stelde eiseres dat het verbod in strijd was met de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), omdat de druk op de openbare ruimte geen APV-belangen betreft. De rechtbank vond dat het belang van de openbare orde en het woon- en leefklimaat nauw verbonden is met de druk op de openbare ruimte, zodat het verbod niet in strijd is met de APV.
Verder werden argumenten over verankering van objecten en doorloopstroken afgewezen, omdat er geen geldige toezeggingen of plannen waren die dit toestonden. Ook de vermeende minder gunstige positie door aanpassing van terrasafmetingen werd verworpen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het verbod op terrasverwarming wordt ongegrond verklaard en het verbod blijft gehandhaafd.