ECLI:NL:RBAMS:2010:BP5506
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding en aansprakelijkheid bij funderingsherstel mandelige muur zonder toestemming mede-eigenaar
De rechtbank Amsterdam behandelde een geschil over funderingswerkzaamheden aan een mandelige funderingsmuur tussen aangrenzende panden. [A] c.s. lieten herstelwerkzaamheden uitvoeren zonder voorafgaande toestemming van mede-eigenaar [C] c.s., wat door laatstgenoemden als onrechtmatig werd betwist.
Uit het IFCO-rapport bleek dat funderingsherstel noodzakelijk was binnen vijf jaar vanwege zakking van de panden. De muur tussen de panden werd vastgesteld als mandelig, waardoor de kosten van onderhoud en herstel volgens artikel 5:65 BW Pro door alle mede-eigenaren gedragen moeten worden. Echter, artikel 3:170 BW Pro vereist toestemming voor dergelijke werkzaamheden tenzij sprake is van spoedeisend onderhoud.
De rechtbank oordeelde dat het herstel niet spoedeisend was, zodat toestemming van [C] c.s. vereist was. Het zonder toestemming uitvoeren van de werkzaamheden was onrechtmatig, maar omdat het herstel noodzakelijk was, moest [C] c.s. toch bijdragen in de kosten. De schadevergoeding aan [C] c.s. werd beperkt tot schade die voortvloeit uit het nalaten van toestemming te vragen. Proceskosten werden verdeeld conform het resultaat van de procedure.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat herstelwerkzaamheden aan de mandelige funderingsmuur zonder toestemming onrechtmatig zijn, maar dat de mede-eigenaar toch moet bijdragen in de herstelkosten; schadevergoeding geldt alleen voor schade door het nalaten van toestemming te vragen.