ECLI:NL:RBAMS:2010:BQ2012
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens verval van procesbelang bij weigering extra uren rechtsbijstand
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Raad voor Rechtsbijstand om een verzoek om extra uren voor rechtsbijstand in zijn strafzaak af te wijzen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de strafzaak in eerste aanleg is geëindigd en dat hoger beroep is aangetekend, maar dat dit hoger beroep een aparte toevoeging betreft waarop het verzoek om extra uren geen betrekking heeft.
Verweerder stelde dat hierdoor het procesbelang van eiser is vervallen, omdat de procedure over de extra uren geen invloed meer kan hebben op de kwaliteit van de nog te verlenen rechtshulp. Eiser en zijn gemachtigde betwistten dit, stellende dat bij weigering van vergoeding voor extra uren een rekening aan de cliënt kan worden gestuurd.
De rechtbank oordeelde dat artikel 24, vierde lid, van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) zich verzet tegen het feit dat een rechtszoekende geconfronteerd wordt met een rekening voor extra uren die niet door de Raad zijn vergoed, omdat dit in strijd zou zijn met de kern van de Wrb en de inkomenspositie van de betrokkene.
Daarom is het door eiser gestelde procesbelang niet rechtens te respecteren en verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Een inhoudelijke beoordeling van het beroep vond niet plaats en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verval van procesbelang.