ECLI:NL:RBAMS:2010:BU3664
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking kantonrechter wegens gebrek aan objectieve vrees voor partijdigheid
Verzoeker, partij in een kortgedingprocedure over huurgeschil en ontruiming, verzocht de wraking van de kantonrechter wegens vermeende partijdigheid. Hij stelde dat de rechter onder meer een verzoek om het horen van de eisende partij onder ede had afgewezen, niet wist dat verzoeker van Italiaanse afkomst was, contact met de Orde van Advocaten had gehad, en vooringenomen was door vragen en procesverloop.
De rechtbank onderzocht deze gronden aan de hand van het subjectieve en objectieve criterium voor rechterlijke partijdigheid. De rechterlijke onpartijdigheid wordt vermoed tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel bewijzen. De rechtbank concludeerde dat geen van de aangevoerde feiten of gedragingen een zodanige aanwijzing vormen dat de rechter partijdig was of dat de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.
De rechtbank oordeelde dat de afwijzing van het verzoek om de eisende partij onder ede te horen een normale procesbeslissing was, dat het niet kennen van de afkomst van verzoeker geen vooringenomenheid impliceerde, en dat het vermoeden van contact met de Orde niet was onderbouwd. Ook de procesgang, de vragen van de rechter en het verzoek om het telefoonnummer van de advocaat van de wederpartij werden niet als partijdig beoordeeld.
Daarmee werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bevestigd dat tegen deze beslissing geen voorziening openstaat. De beslissing werd in een openbare terechtzitting uitgesproken en schriftelijk vastgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de kantonrechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.