ECLI:NL:RBAMS:2010:BU3665
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- E.R.S.M. Marres
- M. van Hees
- W.M. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen bestuursrechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen een bestuursrechter van de rechtbank Amsterdam, stellende dat de rechter partijdig was en respectloos had gehandeld tijdens de zitting. Dit verzoek volgde op de weigering van de rechter om een derde beroep gelijktijdig met twee andere beroepen te behandelen.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek ontvankelijk was, ondanks dat het verzoek niet tijdig was ingediend, omdat verzoekster pas na kennisname van alle feiten en omstandigheden het verzoek kon doen. De rechtbank stelde vast dat de rechter uit hoofde van haar functie wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen.
De rechtbank vond dat de aangevoerde gronden onvoldoende concrete feiten bevatten om een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid aan te nemen. Het niet direct ter zitting beslissen op het verzoek tot gezamenlijke behandeling getuigde niet van vooringenomenheid. Tevens is een wrakingsverzoek niet bedoeld om onwelgevallige beslissingen ter discussie te stellen; daarvoor is het hoger beroep beschikbaar.
De rechtbank betreurde dat verzoekster zich door bepaalde uitlatingen respectloos bejegend voelde, maar dit vormde geen grond voor wraking. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen. De lopende zaken werden hervat in de stand waarin zij zich bevonden ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de bestuursrechter wordt afgewezen wegens onvoldoende concrete gronden voor partijdigheid.