ECLI:NL:RBAMS:2010:BU8445
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende partijdigheid in voorlopige hechteniszaak
Verzoeker, verdachte in een strafzaak, diende een wrakingsverzoek in tegen de leden van de meervoudige kamer die zijn zaak behandelden. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid omdat de rechters direct besloten tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis zonder te wachten op het pleidooi van verzoekers raadsman.
De rechtbank stelde vast dat de raadsman wel degelijk gelegenheid had gekregen om te reageren op de vordering van de officier van justitie, maar ervoor koos niet inhoudelijk te reageren. De beslissing tot opheffing van de schorsing werd genomen na beraad en was gebaseerd op het vervallen van de bijzondere reden voor schorsing, namelijk het overlijden van de ex-echtgenote.
De rechtbank oordeelde dat het handelen van de rechters geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid vormde. Ook het niet ingaan op het verzoek om de echtheid van het arbeidscontract te verifiëren, leidde niet tot een andere conclusie. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wegens vermeende partijdigheid wordt afgewezen.