ECLI:NL:RBAMS:2010:BW8211
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling werkgeversbijdrage pensioenpremie in maatmaninkomen bij WAO-uitkering
Eiser, sinds 1976 in dienst bij Hoogovens, ontving vanaf 1982 een WAO-uitkering. In 1988 werd zijn arbeidsongeschiktheidspercentage herzien en het maatmaninkomen vastgesteld zonder de werkgeversbijdrage in de pensioenpremie mee te rekenen. Eiser betwistte dit en stelde dat de werkgeversbijdrage wel bij het maatmaninkomen betrokken moest worden, omdat Hoogovens een gunstige pensioenregeling had die afweek van de bedrijfstak.
De rechtbank onderzocht of Hoogovens als eigen bedrijfstak kon worden beschouwd, waardoor vergelijking met andere pensioenpremieregelingen in de metaalindustrie niet aan de orde was. Uit onderzoek bleek dat Hoogovens inderdaad een eigen bedrijfstak vormde zonder concurrenten die hetzelfde product leverden, en dat de pensioenregeling gunstiger was dan elders.
De rechtbank oordeelde dat de werkgeversbijdrage terecht niet werd betrokken bij het maatmaninkomen. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. Wel kende de rechtbank eiser een schadevergoeding van € 2.000 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn bij de behandeling van zijn zaak.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder veroordeeld tot betaling van € 2.000 schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.