ECLI:NL:RBAMS:2012:BW8221
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M. van der Linden-Kaajan
- A.D. Reiling
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Vaststelling maatmaninkomen en werkgeversbijdrage pensioenpremie in WAO-uitkering
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder waarin de mate van arbeidsongeschiktheid en het maatmaninkomen per 22 februari 2007 werd vastgesteld. Kern van het geschil was of de werkgeversbijdrage in de pensioen- en vutpremie moest worden meegenomen in het maatmaninkomen. Eiser stelde dat vanaf 1995 een trendbreuk had plaatsgevonden waardoor deze bijdrage altijd moest worden meegenomen, ongeacht de hoogte ten opzichte van de bedrijfstak.
De rechtbank stelde vast dat eiser deze stelling onvoldoende onderbouwde met beleidsregels en dat de bezwaararbeidsdeskundigenrapporten geen aanwijzingen gaven voor een trendbreuk in 1995. Met de inwerkingtreding van het Besluit Uniformering Loonkundige Component Arbeidsongeschiktheidsbeoordeling (Bulca) in 2002 werd aangesloten bij de rechtspraak die de werkgeversbijdrage in principe niet meeneemt in het maatmaninkomen.
Verder werd vastgesteld dat de werkgever van eiser een eigen bedrijfstak vormde, waardoor vergelijking met andere pensioenpremieregelingen binnen de bedrijfstak niet aan de orde was. De rechtbank vernietigde het besluit wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het motiveringsgebrek in de procedure was hersteld.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat er sprake was van een overschrijding van de redelijke termijn van ruim vier jaar, waardoor het onderzoek werd heropend voor een nadere uitspraak over een schadevergoeding. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.